Arbeidsgeschillenwet


<< Terug naar overzicht

WET van 26 September 1946, houdende bepalingen tot bevordering van de vreedzame bijlegging van geschillen over arbeidsaangelegenheden en tot het voorkomen van zodanige geschillen (G.B. 1946 no. 104), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1948 no. 8.

HOOFDSTUK I
INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1
1. Onder de naam van bemiddelingsraad zal overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet een Commissie werkzaam zijn tot bevordering van de vreedzame bijlegging van geschillen over arbeidsaangelegenheden en tot het voorkomen van zodanige geschillen.
2. Deze bemiddelingsraad heeft zijn arbeidsveld over geheel Suriname.
3. Zo nodig kunnen door de President meerdere bemiddelingsraden worden ingesteld, in welk geval door hem de grenzen, waarbinnen elk dier raden zijn arbeidsveld zal hebben, zullen worden aangegeven, zulks in afwijking van het bepaalde in het tweede lid.

Artikel 2-1
1.0 Elke bemiddelingsraad zal bestaan uit ten hoogste 7 leden, van wie één als voorzitter en één als plaatsvervangend voorzitter wordt aangewezen.
2. Voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en leden worden door de President benoemd en ontslagen, al of niet voor een bepaalde tijd.
3. De verdere samenstelling, de werkverdeling, het secretariaat en wat verder met betrekking tot de bemiddelingsraad en ter uitvoering dezer wet nuttig of nodig lijkt, worden door de President bij besluit geregeld.
 

Artikel 3-2
Deze wet verstaat onder:
a. "geschil": ieder geschil tussen werknemers en één of meer werkgevers over arbeidsaangelegenheden;
b. "rechtsgeschil": ieder geschil als bedoeld in artikel 1 van het reglement op de inrichting en samenstelling van de Surinaamse Rechterlijke Macht (G.B. 1935 No. 79) staande ter uitsluitende kennisneming van de Surinaamse Rechterlijke Macht;
c. "werknemer": hij die ingevolge arbeidsovereenkomst arbeid verricht;
d. "arbeidsovereenkomst": de overeenkomst, waarbij de een partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekeren tijd arbeid te verrichten.
e. "de voorzitter van de bemiddelingsraad": de voorzitter, en de plaatsvervangend voorzitter, wanneer hij de voorzitter vervangt, of ingevolge besluit van de President krachtens art. 2 lid 3 van deze wet als voorzitter optreedt. 1 Gew. bij G.B. 1948 no. 8. 2 Gew. bij G.B. 1948 no. 8.

HOOFDSTUK II
VAN GESCHILLEN

EERSTE AFDELING
VAN DE TUSSENKOMST VAN DE BEMIDDELINGSRAAD

Artikel 4
1. Wanneer binnen het rechtsgebied van een bemiddelingsraad een geschil is ontstaan, dat tot staking of uitsluiting in één of meer bedrijven of ondernemingen aanleiding dreigt te geven of heeft gegeven doet de Districts-Commissaris van het district, waarbinnen de werkgever is gevestigd of de arbeid wordt verricht, daarvan ten spoedigste mededeling aan de betrokken bemiddelingsraad. Hij verstrekt daarbij zo mogelijk zodanige gegevens, welke de raad in staat kunnen stellen zich omtrent de oorzaak, de omvang en de vermoedelijke gevolgen van het geschil een oordeel te vormen.
2. Desgelijks kunnen ook belanghebbenden of derden de bemiddelingsraad mededeling doen.
 

Artikel 5
1. Wanneer een geschil is ontstaan als bedoeld in artikel 4, kan door bij het geschil betrokken werkgevers of werknemers of door hen daartoe gemachtigde bestuurders van rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen van werkgevers of van werknemers, schriftelijk de tussenkomst van de betrokken bemiddelingsraad worden ingeroepen.
2. Teneinde als bij een geschil betrokken vereniging, hetzij van werkgevers, hetzij van werknemers te kunnen worden aangemerkt, behoort te blijken, dat er bij dit geschil werkge-vers of werknemers betrokken zijn, die gedurende een onmiddellijk aan het ontstaan van het geschil voorafgaand tijdvak van tenminste drie maanden leden van deze vereniging zijn ge-weest, zulks ter beoordeling van de bemiddelingsraad.
 

Artikel 6
1. Wanneer de bemiddelingsraad op de wijze, bedoeld in artikel 4 of 5, of op andere wijze, kennis heeft gekregen van een geschil als bedoeld in artikel 4 en hij dat geschil van genoegzaam gewicht acht voor zijn tussenkomst, stelt hij zich in verbinding met partijen.
2. Hij kan tot het geven van inlichtingen betreffende het geschil voor zich doen verschijnen bij het geschil betrokken werkgevers of werknemers of bestuurders van rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen van werkgevers of werknemers als bedoeld in artikel 5, of, indien in het bedrijf of de onderneming waarin het geschil is ontstaan een vertegenwoordiging van werknemers als vertrouwensmannen of anderszins blijkt te zijn ingesteld, de door hem daaruit aangewezen vertegenwoordigers, alsmede getuigen en deskundigen.
3. De oproeping geschiedt bij aangetekend schrijven, in spoedgevallen mondeling.
4. De opgeroepene is verplicht te verschijnen, tenzij hij door wettige redenen verhinderd is.
5. De bemiddelingsraad kan aan deskundigen opdragen een onderzoek in te stellen.

Artikel 7
1. De bemiddelingsraad onthoudt zich van tussenkomst of van verdere tussenkomst van een geschil:
a. indien hem blijkt, dat partijen eigen bemiddelaars, bemiddelingsraden of
scheidsgerechten hebben, tenzij uit de omstandigheden valt af te leiden, dat deze bemiddelaars, bemiddelingsraden of scheidsgerechten niet in het geschil gekend zullen worden of het optreden van deze bemiddelaars, bemiddelingsraden of scheidsgerechten niet tot vereffening van het geschil zal leiden of heeft geleid;
b. indien hem blijkt, dat het uitlokken van het geschil door een der partijen ten doel heeft de andere partij te nopen erin te bewilligen, dat wordt afgeweken van een geldende collectieve arbeidsovereenkomst of van de beslissing van een bemiddelaar, een bemiddelingsraad of een scheidsgerecht, waaraan partijen zich naar het oordeel van den bemiddelingsraad behoren te onderwerpen;
c. indien hem blijkt, dat het geschil een rechtsgeschil is.
2. Hebben de in het eerste lid onder a en b genoemde omstandigheden slechts betrekking op een gedeelte der bij het geschil betrokken werkgevers of werknemers, dan beslist de bemiddelingsraad, naar gelang van omstandigheden, of en in hoeverre hij in het geschil tussenbeide zal komen.
 

Artikel 8
Indien in het geval, bedoeld in artikel 5, de bemiddelingsraad geen termen aanwezig acht voor zijne tussenkomst, geeft hij daarvan kennis aan de verzoekers. Hij kan hun daarbij zodanige raadgevingen verstrekken, als hem dienstig schijnen om een minnelijke beëindiging van het geschil te bevorderen.
 

Artikel 9
1. Omvat een geschil meer dan één rechtsgebied of meer dan één bedrijf, dan bepaalt de President zo nodig, welke bemiddelingsraad in het geschil zal tussenbeide komen.
2. Ieder der partijen kan daartoe de tussenkomst van den President inroepen.
3. Voor de toepassing van het bij deze wet bepaalde worden alleen geacht tot een partij te behoren de werkgevers, de werknemers en de rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen van werkgevers of van werknemers als bedoeld in artikel 5, door of namens wie een verzoek is gedaan, als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, alsmede de werkgevers en de werknemers, die bij het geschil zijn betrokken en die door de bemiddelingsraad zijn toegelaten om zich, bij de behandeling van het geschil door de bemiddelingsraad, daarin te voegen.
 

Artikel 10
1. De ondervraging van de ingevolge artikel 6 opgeroepen personen geschiedt door de voorzitter.
2. Ieder lid van de bemiddelingsraad heeft de bevoegdheid door tussenkomst van de voorzitter vragen aan de in het eerste lid bedoelde personen te stellen.
3. Ieder der partijen kan tegenwoordig zijn bij de ondervraging van die personen, tenzij de bemiddelingsraad het wenselijk oordeelt een persoon buiten tegenwoordigheid van een der partijen of van beide partijen te horen.
4. De bemiddelingsraad kan bepalen, dat de in het voorgaande lid aan partijen toegekende bevoegdheid slechts kan worden uitgeoefend door de gemachtigden, bedoeld bij artikel 15.

Artikel 11
1. Nadat de verschenen personen door de voorzitter van de bemiddelingsraad gehoord zijn, wordt aan ieder der partijen gelegenheid gegeven zich naar aanleiding van de afgelegde verklaringen nader omtrent het geschil te verklaren.
2. Hierna doet de bemiddelingsraad een poging tot bemiddeling tussen beide partijen.
 

Artikel 12
1. Komt een bemiddeling tot stand, zo wordt daarvan een akte opgemaakt, welke door de voorzitter, de leden en de secretaris van de bemiddelingsraad en door of namens beide partijen ondertekend wordt.
2. Slaagt de bemiddeling niet, dan kan de bemiddelingsraad, tenzij partijen zich alsnog verbinden het geschil aan de uitspraak van een scheidsgerecht, als bedoeld in de tweede en derde afdeling van dit hoofdstuk, te onderwerpen, zijn oordeel uitspreken over alle geschilpunten en de middelen tot vereffening van het geschil. Van dit oordeel wordt schriftelijk mededeling gedaan aan partijen.
3. Bij het doen dezer mededeling verzoekt de bemiddelingsraad ieder der partijen hem binnen een door de bemiddelingsraad gestelde termijn te berichten, of zij de voorgestelde middelen tot vereffening aanvaardt.
4. Verklaren beide partijen de voorgestelde middelen te aanvaarden, dan wordt daarvan een akte opgemaakt, welke door de voorzitter, de leden en den secretaris van de bemidde-lingsraad en door of namens beide partijen ondertekend wordt.
5. Bij gebreke van een verklaring van beide partijen, dat zij de voorgestelde middelen tot vereffening aanvaarden, kan de bemiddelingsraad zijn oordeel over geschilpunten en de door hem voorgestelde middelen tot vereffening geheel of gedeeltelijk openbaar maken. Indien de minderheid het verlangt wordt haar oordeel daarbij opgenomen.
 

Artikel 13
1. De bemiddelingsraad vergadert zo dikwijls als door de voorzitter nodig wordt geoordeeld.
2. De voorzitter bepaalt plaats, dag en uur der vergaderingen. De secretaris geeft daarvan tijdig kennis aan de overige leden.
 

Artikel 14
Ten aanzien van de wijze waarop de bemiddelingsraad zijne beslissing neemt, gelden de navolgende bepalingen:
a. alle beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen;
b. bij staking van stemmen in een niet voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld;
c. wanneer in deze vergadering of reeds in de eerste vergadering, indien deze voltallig is, de stemmen staken, heeft de voorzitter een beslissende stem.
 

Artikel 15
1. Waar in deze afdeling aan partijen rechten worden toegekend of verplichtingen opgelegd, kunnen zij zich bij de uitoefening van die rechten of bij de nakoming van die
verplichtingen doen vertegenwoordigen door gemachtigden, met deze beperking nochtans dat waar een verschijningsplicht is voorgeschreven te allen tijde een persoonlijke verschijning kan worden gelast.
2. De gemachtigden moeten, desgevorderd, hun bevoegdheid aantonen door het overleggen van een schriftelijke volmacht.
3. Advocaten, die als gemachtigden optreden, kunnen zulks verklaren in een door hen ondertekend stuk of wel mondeling op de zitting van den bemiddelingsraad, in welk geval overlegging van de in het vorig lid bedoelde schriftelijke volmacht niet wordt gevorderd.
4. De President kan bepalen dat een gemachtigde, al dan niet in een bepaald geschil, niet meer als zodanig zal worden toegelaten.

Artikel 16
Alle geschillen, die terzake van de behandeling van het geschil door de bemiddelingsraad mochten rijzen, worden door de bemiddelingsraad beslecht.
 

TWEEDE AFDEELING
VAN HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 17
1. Partijen kunnen zich verbinden een geschil te onderwerpen aan de uitspraak van een scheidsgerecht overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling en met de gevolgen, in deze afdeling omschreven.
2. Indien partijen zodanige beslissing wensen, verzoeken zij de voorzitter van de bemiddelingsraad schriftelijk zijn medewerking te willen verlenen.
3. De voorzitter verleent zijn medewerking niet:
a. indien hij het geschil van niet genoegzaam gewicht acht;
b. indien het verzoek niet gedaan wordt door of namens zodanig gedeelte van de bij het geschil betrokken werkgevers en werknemers, dat, naar het oordeel van de voorzitter, de uitspraak van het scheidsgerecht kan leiden tot vereffening van het geschil, althans tot eene aanzienlijke beperking van het aantal daarbij betrokken personen;
c. indien het geschil ingevolge artikel 7 aan de tussenkomst van den bemiddelingsraad is onttrokken;
d. indien partijen de in artikel 12, eerste en vierde lid, bedoelde akte hebben ondertekend.
 

Artikel 18
1. De in artikel 17 bedoelde verbintenis wordt aangegaan bij een door of ten overstaan van de voorzitter van de bemiddelingsraad op te maken akte, welke inhoudt:
a. de namen en de woonplaatsen of de plaats van vestiging van partijen;
b. de namen en de woonplaatsen van de scheidsrechter of van de voorzitter en de leden van het scheidsgerecht, dan wel de wijze waarop de scheidsrechter of de voorzitter en de leden van het scheidsgerecht zullen worden aangewezen;
c. de geschilpunten, welke aan de beslissing van het scheidsgerecht zullen onderworpen;
d. de tijd, gedurende welken de scheidsrechterlijke uitspraak zal werken of de verklaring van partijen, dat zij de bepaling van dien tijd aan de beslissing van het scheidsgerecht over laten;
e. de verklaring van partijen, dat zij alle geschillen, die ter zake van de behandeling van het geschil door het scheidsgerecht mochten rijzen, onderwerpen aan de beslissing van het scheidsgerecht;
f. alle verdere bepalingen, welke partijen, mits met goedkeuring van den voorzitter van de bemiddelingsraad in de akte menen te moeten opnemen.
2. De akte wordt gedagtekend met vermelding van de plaats, waar zij is tot stand gekomen, en door partijen en de voorzitter van de bemiddelingsraad ondertekend.
3. Indien tot een partij behoort een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van werkgevers of van werknemers, vermeldt de akte de namen en de woonplaatsen van de bestuurders, die namens die vereniging optreden en moet tevens in de akte worden melding gemaakt van het besluit of het artikel der statuten, op grond waarvan het bestuur namens de vereniging optreedt.
4. Indien bij een geschil betrokken zijn werkgevers of werknemers, die geen lid zijn van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van werkgevers of van werknemers, welke tot een partij behoort, kunnen deze personen bij volmacht, ingericht overeenkomstig een door den President vastgesteld formulier, een of meer gemachtigden stellen, die namens hen zullen medewerken tot het verlijden van de akte. Zijn door een groep van personen onderscheidene gemachtigden gesteld, dan wordt, tenzij de volmacht anders bepaalt, die medewerking geacht te zijn verleend, indien de meerderheid dezer gemachtigden de akte tekent. De akte vermeldt behalve de namen en de woonplaatsen van de personen, die de volmacht hebben gegeven, de namen en de woonplaatsen van de gemachtigden.
5. Voor de toepassing van de artikelen 20 tot en met 38 worden alleen geacht tot een partij te behoren zij, door of namens wie de akte is getekend.
 

Artikel 19
1. Als secretaris fungeert de secretaris van de bemiddelingsraad, tenzij door het scheidsgerecht anders wordt bepaald.
2. De bepalingen, bij of krachtens deze wet ten aanzien van het scheidsgerecht, de voorzitter en de leden daarvan gesteld, vinden overeenkomstige toepassing, indien de beslissing van het geschil aan één scheidsrechter is opgedragen.
 

Artikel 20
1. De aanneming door de scheidsrechters van de hun verstrekte opdracht geschiedt schriftelijk binnen vier dagen na de datum waarop de opdracht is verstrekt. In die opdracht zijn begrepen de werkzaamheden, aan het scheidsgerecht op te dragen volgens de artikelen 36 en 37.
2. De scheidsrechter, die de hem verstrekte opdracht heeft aangenomen, kan zich daaraan vervolgens niet meer onttrekken, tenzij om redenen, door den voorzitter van den bemiddelingsraad goed te keuren.

Artikel 21
Indien een scheidsrechter niet de nodige medewerking verleent tot vervulling van de aan het scheidsgerecht opgedragen taak of indien hij in de onmogelijkheid geraakt de hem verstrekte opdracht te vervullen, wordt hij door de voorzitter van de bemiddelingsraad ontheven.
 

Artikel 22
1. Indien het scheidsgerecht onvoltallig is en de in artikel 18 bedoelde akte niet voorziet in de vervanging der ontbrekende scheidsrechters, stelt de voorzitter van den bemiddelings-raad de partij, partijen of de personen, welke die scheidsrechter hebben aangewezen, in de gelegenheid binnen een door hem bepaalden tijd nieuwe scheidsrechters aan te wijzen.
2. Bij gebreke van zodanige aanwijzing of indien de benoemde scheidsrechters de opdracht niet aanvaarden, geschiedt de aanwijzing door de voorzitter van de bemiddelingsraad.

Artikel 23
1. Een scheidsrechter kan op verzoek van elke partij worden gewraakt.
2. Bij de in artikel 18 bedoelde akte kan worden bepaald, dat een scheidsrechter alleen kan worden gewraakt in de gevallen, in die akte aangegeven.
3. De redenen van wraking worden beoordeeld door de voorzitter van de bemiddelingsraad, tenzij de scheidsrechter door hem is aangewezen.
4. Indien de scheidsrechter door de voorzitter van de bemiddelingsraad is aangewezen, worden de redenen van wraking beoordeeld door de President.
5. Staat de voorzitter van de bemiddelingsraad of de President de wraking toe dan wordt een nieuwe scheidsrechter aangewezen met inachtneming van het bepaalde in het voorgaande artikel.

Artikel 24
De voorzitter en de leden van de bemiddelingsraad kunnen, behoudens in het geval van de derde afdeling van dit hoofdstuk, niet als scheidsrechters in de zin dezer wet optreden.

Artikel 25
1. Geen geschil kan onderworpen worden aan de beslissing van een scheidsgerecht, als bedoeld in artikel 17, indien partijen zich niet bij de in artikel 18 bedoelde akte ten genoegen van een voorzitter van de bemiddelingsraad verbinden de beslissing van het scheidsgerecht na te leven.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voor zoover de in artikel 18, eerste lid, onder c, bedoelde geschilpunten betrekking hebben op de in artikel 39 bedoelde arbeidsvoorwaarden, bij het aangaan van arbeidsovereenkomsten in acht te nemen of, waaronder bestaande arbeidsovereenkomsten zullen worden voortgezet.
 

Artikel 26
1. Het scheidsgerecht kan met goedvinden van de voorzitter van de bemiddelingsraad de in artikel 6, tweede lid genoemde personen voor zich doen verschijnen.
2. De oproeping geschiedt door de voorzitter van de bemiddelingsraad bij aangetekend schrijven, in spoedgevallen mondeling.
3. De opgeroepene is verplicht te verschijnen, tenzij hij door wettige redenen daartoe
verhinderd is.
4. Het scheidsgerecht kan met goedvinden van de voorzitter van de bemiddelingsraad aan deskundigen opdragen een onderzoek in te stellen.
 

Artikel 27
1. De ondervraging van de ingevolge artikel 26 opgeroepen personen geschiedt door de voorzitter van het scheidsgerecht.
2. Iedere scheidsrechter heeft de bevoegdheid door tussenkomst van de voorzitter vragen aan de in het eerste lid bedoelde personen te stellen.
3. Ieder der partijen kan tegenwoordig zijn bij de ondervraging van die personen, tenzij het scheidsgerecht het wenselijk oordeelt een persoon buiten tegenwoordigheid van een der partijen of van beide partijen te horen.
4. Het scheidsgerecht kan bepalen, dat de in het voorgaande lid aan partijen toegekende bevoegdheid slechts kan worden uitgeoefend door de gemachtigden, bedoeld in artikel 15.

Artikel 28
1. Verschaffen de ingevolge artikel 26 opgeroepen personen aan het scheidsgerecht niet de gevraagde voorlichting of acht het scheidsgerecht het nodig hen onder ede te horen, dan kunnen zij door de voorzitter van de bemiddelingsraad bij aangetekend schrijven worden opgeroepen om in zijn tegenwoordigheid voor het scheidsgerecht te verschijnen.
2. De voorzitter van de bemiddelingsraad stelt alsdan ten overstaan van het scheidsgerecht aan die personen, al of niet na beëdiging, zodanige vragen of verstrekt de deskundigen zodanige opdrachten, als hij ter voorlichting van het scheidsgerecht nodig en toelaatbaar acht.
3. Ieder, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is opgeroepen, is verplicht te verschijnen, den eed of de belofte in handen van de voorzitter van de bemiddelingsraad af te leggen en deze de gevorderde voorlichting te geven, een en ander behoudens geldige redenen van verschoning, overeenkomstig artikel 141 Wetboek van Strafvordering.

Artikel 29
1. Indien de bevoegdheid daartoe niet bij de in artikel 18 bedoelde akte is uitgesloten, kan de voorzitter van de bemiddelingsraad, op verzoek van het scheidsgerecht, binnen een door hem bepaalde termijn overlegging aan het scheidsgerecht of aan door het scheidsgerecht aangewezen deskundigen vorderen van boeken der bij het geschil betrokken ondernemingen of instellingen en van alle andere voor het onderzoek van het scheidsgerecht vereiste bescheiden, zoowel van hen, die tot een partij behoren, als van hen, die lid zijn van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van werkgevers of van werknemers, welke tot een partij behoort.
2. Deze zijn verplicht de gevorderde boeken en bescheiden, voor zover zij daarover de beschikking hebben, binnen de gestelde termijn over te overleggen. 3 Zie art. 93 Wetboek van Strafvordering (S.B. 1977 no. 94).
 

Artikel 30
1. Nadat het door het scheidsgerecht ingestelde onderzoek afgelopen is, wordt aan ieder der partijen gelegenheid gegeven zich naar aanleiding van de afgelegde verklaringen nader over het geschil te verklaren.
2. Daarna doet het scheidsgerecht uitspraak met inachtneming van het bepaalde in artikel 35.
 

Artikel 31
1. Het scheidsgerecht vergadert zo dikwijls als door de voorzitter nodig wordt geoordeeld.
2. De voorzitter bepaalt plaats, dag en uur der vergaderingen. De secretaris geeft daarvan tijdig kennis aan de overige leden.

Artikel 32
Tenzij bij de in artikel 18 bedoelde akte anders is bepaald, gelden ten aanzien van de wijze, waarop het scheidsgerecht zijne beslissingen neemt de navolgende bepalingen:
a. alle beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen;
b. geen der in de vergadering aanwezige scheidsrechters mag zich van stemming onthouden;
c. bij staking van stemmen heeft de voorzitter een beslissende stem;
d. de vaststelling van de in artikel 35 bedoelde uitspraak kan alleen geschieden in een voltallige vergadering van het scheidsgerecht.

Artikel 33
Van alle handelingen van het scheidsgerecht wordt door de secretaris procesverbaal opgemaakt. Dit wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 34
Het in artikel 15 bepaalde vindt overeenkomstige toepassing.

Artikel 35
1. De uitspraak van het scheidsgerecht moet met redenen omkleed zijn.
2. Zij houdt in:
a. al hetgeen in de bij artikel 18 bedoelde akte is opgenomen;
b. de namen en de woonplaatsen der scheidsrechters, die niet aangewezen zijn bij de
in artikel 18 bedoelde akte;
c. de slotsom van de wederzijdsche beweringen van partijen;
d. de beweegredenen en de beslissing.
3. De uitspraak wordt gedagtekend met vermelding van de plaats, waar de beslissing is gevallen, en door ieder der scheidsrechters en de secretaris ondertekend
4. Weigert een scheidsrechter te tekenen, dan zal de secretaris daarvan aan de voet der uitspraak melding maken.
5. De minuut der scheidsrechterlijke uitspraak en de in artikel 33 bedoelde processenverbaal zullen binnen drie dagen na de uitspraak door de secretaris worden toegezonden aan de
voorzitter van de bemiddelingsraad.
 

Artikel 36
1. De President kan, de Raad van Bestuur gehoord, een scheidsrechterlijke uitspraak bij met redenen omkleed besluit vernietigen:
a. indien de uitspraak gewezen is buiten de grenzen van de in artikel 18 bedoelde akte;
b. indien de voorzitter van de bemiddelingsraad of het scheidsgerecht in strijd heeft gehandeld of heeft toegelaten dat in strijd gehandeld is met het bepaalde in deze afdeling en daardoor een der partijen is benadeeld;
c. indien de uitspraak of de in artikel 18 bedoelde akte berust op valse of vervalste stukken of valse verklaringen van partijen, getuigen of deskundigen.
Vernietiging op de onder c genoemden grond kan alleen geschieden, indien de valsheid of vervalsing van stukken of de valsheid van verklaringen van partijen, getuigen of deskundigen vaststaat krachtens een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de burgerlijke- of de strafrechter.
2. Bij het in het eerste lid bedoeld besluit kan de President gelasten, dat het scheidsgerecht met inachtneming van dat besluit een nieuwe uitspraak zal doen, al of niet na verhoor van partijen, getuigen of deskundigen.
3. Vernietiging van de scheidsrechterlijke uitspraak heeft geen terugwerkende kracht.
4. Bij de nieuwe uitspraak wordt de dag bepaald, waarop zij inwerking treedt.
 

Artikel 37
1. De President kan bij met redenen omkleed besluit gelasten, dat het scheidsgerecht met inachtneming van dat besluit, al of niet na verhoor van partijen, getuigen of deskundigen, een scheidsrechterlijke uitspraak zal herzien:
a. indien de uitspraak tegenstrijdige bepalingen bevat of onvolledig is;
b. indien in de uitspraak fouten of onduidelijkheden voorkomen, die de goede werking ervan in gevaar brengen.
2. Herziening der uitspraak heeft geen terugwerkende kracht.
3. Bij de herziene uitspraak wordt de dag bepaald, waarop zij in werking treedt.
 

Artikel 38
Op de samenstelling en de werkzaamheden van het scheidsgerecht, voortvloeiende uit het bepaalde in artikel 36, tweede lid, of artikel 37, eerste lid, vinden de artikelen 21 tot en met 24, 26 tot en met 34 en 35, derde, vierde en vijfde lid, overeenkomstige toepassing.

Artikel 39
1. Alle bepalingen van een scheidsrechterlijke uitspraak omtrent arbeidsvoorwaarden, bij het aangaan van arbeidsovereenkomsten in acht te nemen of waaronder bestaande arbeidsovereenkomsten zullen worden voortgezet, worden gedurende de tijd, dat de scheidsrechterlijke uitspraak werkt, geacht deel uit te maken van de arbeidsover-eenkomsten betreffende werkzaamheden, waarover de uitspraak loopt en gesloten tussen hen, die behoorden tot de partijen, vermeld in de bij artikel 18 bedoelde akte.
2. Voor de toepassing van dit artikel worden, behalve zij, die volgens de bovengenoemde akte tot partijen behoren, geacht daartoe te behoren zij, die tijdens het tot stand komen der akte lid waren van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van werkgevers of van werknemers, namens welke de akte getekend is, en zij, die daarna lid van zodanige vereniging zijn geworden.
3. Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.

DERDE AFDELING
VAN DE BEMIDDELINGSRAAD ALS SCHEIDSGERECHT

 

Artikel 40
1. Partijen kunnen zich verbinden een geschil te onderwerpen aan de uitspraak van de betrokken bemiddelingsraad als scheidsgerecht optredende.
2. Indien partijen zodanige beslissing wenschen, doen zij daarvan aan de voorzitter van de bemiddelingsraad blijken. Het bepaalde bij het derde lid van artikel 17 vindt overeen-komstige toepassing.
3. Voor het overige vervalt de tussenkomst van de voorzitter.

Artikel 41
Op de bemiddelingsraad als scheidsgerecht zijn de bepalingen van de vorige afdeling van toepassing, voor zoover daarvan in deze afdeling niet wordt afgeweken.
 

Artikel 42
1. Het bepaalde bij artikel 18 is van toepassing, behoudens dat in het bepaalde sub b van het eerste lid in plaats van scheidsgerecht wordt gelezen bemiddelingsraad optredende als scheidsgerecht.
2. De bemiddelingsraad is, na ondertekening der akte, verplicht als scheidsgerecht op te treden; behoudens m.m. het bepaalde in artikel 20, tweede lid, en artikel 21, in welke gevallen de President in plaats van de voorzitter van de bemiddelingsraad de daar bedoelde verrichtingen doet.
 

Artikel 43
1. Artikel 22 is niet toepasselijk.
2. De in artikel 23 bedoelde wraking wordt beoordeeld en beslist door de President.

Artikel 44
De in het vijfde lid van artikel 35 bedoelde toezending geschiedt door de voorzitter van de als scheidsgerecht optredende bemiddelingsraad aan de President.
 

Artikel 45
In het geval van artikel 36 kan vernietiging, bovendien volgen, indien in strijd gehandeld is met deze afdeling juncto de tweede afdeling.
 

HOOFDSTUK III
VAN HET VOORKOMEN VAN GESCHILLEN

Artikel 46
De bemiddelingsraad kan op verzoek van werkgevers en werknemers dezen bijstaan bij het treffen van overeenkomsten, die op de arbeid betrekking hebben, voor zover deze overeen-komsten eene goede verhouding tussen werkgevers en werknemers kunnen bevorderen en storingen in de arbeid kunnen voorkomen.

HOOFDSTUK IV
ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 47
De President kan bij besluit bepalingen in het leven roepen omtrent vergoeding van reis- en verblijfkosten, en om schaadeloosstelling te verlenen aan voorzitters, leden en secretarissen van de bemiddelingsraden en van scheidsgerechten, benevens de voorziening van personeel en de bestrijding van bureaukosten.
 

Artikel 48
1. Aan hen, die ter uitvoering van deze wet als getuige of deskundige zijn opgeroepen, of als tolk of eedsafnemer bijstand hebben verleend, wordt, zo zij dit verlangen, een scha-deloosstelling toegekend naar de maatstaf der tarieven van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken.
2. Aan hen, die ter uitvoering van deze wet uit anderen hoofde dan als getuige of deskundige, als tolk of eedsafnemer zijn opgeroepen, kan een schadeloosstelling worden toegekend in de gevallen en tot het bedrag door de President bepaald.
 

Artikel 49
Aan belanghebbenden wordt kosteloos inzage verstrekt van de akten, bedoeld in de artikelen 12 en 18, van de scheidsrechterlijke uitspraken, bedoeld in artikelen 35 tot en met 37 en van de besluiten van de President, bedoeld in de artikelen 36 en 37. Van deze bescheiden worden hun tegen betaling der kosten afschriften of uittreksels verstrekt.

Artikel 50
Hetgeen behalve het in artikel 2 bepaalde nog ter voorbereiding van het in werkingtreden van deze wet en tot haar uitvoering nodig is, wordt bij besluit geregeld.
 

Artikel 51
1. Hij, die ingevolge de artikelen 6, 26 en 28 opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.
2. Hij, die ingevolge artikel 28 opgeroepen, opzettelijk niet voldoet aan enige wettelijke verplichting, die hij als zodanig te vervullen heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden.
3. Hij, die opzettelijk niet voldoet aan een ingevolge artikel 29, tweede lid, op hem rustende
verplichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden.
 

Artikel 52
1. Het is aan voorzitters, leden en secretarissen van bemiddelingsraden en scheidsgerechten, het toegevoegde personeel en aan de in de artikelen 6 en 26 bedoelde deskundigen verboden om hetgeen hun in hunne hoedanigheid gebleken of medegedeeld is, verder bekend te maken dan voor de vervulling van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taak of ter voldoening aan een bij de wet opgelegde verplichting gevorderd wordt.
2. Hij, die opzettelijk de bij of krachtens het vorige lid opgelegde geheimhouding schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden, met of zonder ontzetting van het recht om ambten te bekleden.
3. Hij, aan wiens schuld schending van die geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
4. Geen vervolging heeft plaats dan op klachte van hem ten aanzien van wie de geheimhouding is geschonden.

Artikel 53
De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven, behalve het feit, strafbaar gesteld bij artikel 51 eerste lid, dat als overtreding wordt beschouwd.
 

Artikel 54
Deze wet is niet van toepassing op geschillen tussen personen, die anders dan krachtens arbeidsovereenkomsten in dienst zijn van de Overheid of een ander publiekrechtelijk lichaam en de Overheid of dat lichaam.
 

Artikel 55-4
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel van "Arbeidsgeschillenwet" met bijvoeging van het jaartal van het Gouvernementsblad, waarin zij zal worden afgekondigd, en treedt in werking op een nader door de President te bepalen tijdstip. 4 I.w.t. 30 september 1946 (G.B. 1946 no. 105).