Besluit Instructie Bijstand en Beveiligingsdienst


<< Terug naar overzicht

STAATSBESLUIT van 24 mei 2000, houdende regelen omtrent de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname (Besluit Instructie Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname) (S.B. 2000 no. 58).

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit staatsbesluit wordt verstaan onder:
a. de Minister : de Minister belast met het toezicht op de bewaking van staatseigendommen;
b. de Beveiligingsdienst: de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname als bedoeld in artikel 2;
c. het Diensthoofd : het Hoofd van de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname;
d. beveiligingsambtenaren : de bij de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname tewerkgestelde landsdienaren als bedoeld in artikel 9;
e. beveiligingsobjecten : de objecten als bedoeld in artikel 2 leden 2 en 3.

TAAK VAN DE BEVEILIGINGSAMBTENAREN
Artikel 2
1. Er is in Suriname een beveiligingsdienst, genaamd “Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname” (“B.B.S.”).
2. De Beveiligingsdienst heeft in het algemeen tot taak zorg te dragen voor:
a. de beveiliging van personen en goederen die zich bevinden in overheidsgebouwen, op openbare lokaties en markten;
b. de beveiliging van overheidsgebouwen;
c. een effectieve en allerte brandpreventie;
d. de beveiliging en bijstand van de diverse door de overheidsorganen uit te voeren uitbetalingen in stad en district.
3. Door de Minister kan aan de Beveiligingsdienst worden opgedragen de beveiliging van speciaal daarvoor aangewezen personen en objecten.

BEVOEGD GEZAG
Artikel 3
1. Onder het oppertoezicht van de Minister is het Diensthoofd belast met de organisatie en het beheer van de Beveiligingsdienst.
2. Het Diensthoofd wordt bij afwezigheid, verhindering of ontstentenis vervangen door het Onderhoofd; bij afwezigheid van deze door de oudst aanwezige beveiligingsambtenaar.
3. Het diensthoofd is bevoegd interne dienstorders uit te vaardigen, die betrekking hebben op het functioneren van de Beveiligingsdienst; deze orders mogen niet in strijd zijn met de ter zake door of vanwege de Minister uit te vaardigen besluiten.

SAMENWERKING MET ANDERE OVERHEIDSORGANEN
Artikel 4
1. De Beveiligingsdienst verleent in de gevallen en in de mate waarin dit redelijkerwijs van haar kan worden gevergd en zij daartoe het meest aangewezen orgaan is, aan alle overheidsorganen de hulp en bijstand, welke deze voor de vervulling van haar wettelijke taak behoeven.
2. Indien enig overheidsorgaan van oordeel is, dat het onvoldoende medewerking van de zijde van de Beveiligingsdienst ondervindt, brengt het zijn klacht ter kennis van de Minister.
3. De Minister beslist op de klacht, zo spoedig mogelijk, na overleg met zijn ambtgenoot, onder wie het betrokken overheidsorgaan ressorteert.

BEVOEGDHEDEN VAN DE BEVEILIGINGSDIENST
Artikel 5
1. Onverminderd hetgeen daaromtrent in andere wettelijke regelingen is bepaald, behoren tot de bevoegdheden van de Beveiligingsdienst:
a. het verhinderen van personen bij het onbevoegd betreden van de beveiligingsobjecten, indien die personen aldaar een gevaar voor hun eigen veiligheid of die van anderen opleveren danwel de openbare orde verstoren of ongewenst zijn;
b. het verwijderen van personen, die zich onbevoegd bevinden binnen een beveiligingsobject, indien die personen aldaar een gevaar voor hun eigen veiligheid of die van anderen opleveren, danwel de openbare orde verstoren of ongewenst zijn.
2. Personen, die krachtens het bepaalde in lid 1 worden aangehouden, dienen onverwijld te worden overgedragen aan de politie.

LEGITIMATIEPLICHT
Artikel 6
1. De beveiligingsambtenaren moeten tijdens hun dienstuitoefening van het aan hen verstrekte dienstlegitimatiebewijs zijn voorzien.
2. Door of vanwege de Minister kunnen nadere voorschriften omtrent de legitimatie van de beveiligingsambtenaren worden vastgesteld.

VOORHANDEN HEBBEN VAN WAPENS
Artikel 7
1. Aan de beveiligingsambtenaren wordt vergund tijdens hun dienstuitoefening bewapend te zijn.
2. Door of vanwege de Minister kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot het gebruik van wapens.

ORGANISATIE EN BEHEER VAN DE BEVEILIGINGSDIENST
Artikel 8
1. De aanstelling, bevordering, schorsing en het ontslag van de beveiligingsambtenaren geschieden overeenkomstig de regels van de Personeelswet.
2. De beveiligingsambtenaren worden aangesteld voor het gehele grondgebied van Suriname.

Artikel 9
1. De beveiligingsambtenaren worden in de volgende rangen ingedeeld:
a. Hoofd van de Beveiligingsdienst;
b. Onderhoofd van de Beveiligingsdienst;
c. Beveiligingsinspecteur;
d. Hoofdbeveiligingsambtenaar;
e. Beveilgingsambtenaar.
2. De rangen van hoofdbeveiligingsambtenaar, beveiligingsinspecteur en beveiligingsambtenaar worden bij besluit van de Minister in klassen onderverdeeld.

Artikel 10
Door de Minister worden ten aanzien van de beveiligingsambtenaren voorschriften vastgesteld omtrent:
a. de eisen van benoembaarheid en bevordering;
b. de instructie voor de beveiligingsambtenaren;
c. de werving, de opleiding, het onderricht;
d. de beëindiging;
e. de kleding.

RECHTSPOSITIE VAN DE BEVEILIGINGSAMBTENAREN
Artikel 11
De algemene regelen omtrent de rechtspositie van de landsdienaren zijn mede van toepassing op de beveiligingsambtenaren.

Artikel 12
1. Aan de beveiligingsambtenaar wordt, volgens door de Minister vast te stellen regels, dienstkleding en schoeisel verstrekt of een toelage daarvoor toegekend.
2. Wapens en andere uitrustingsstukken worden van staatswege verstrekt en blijven eigendom van de Staat.

Artikel 13
Door de Minister worden voor de beveiligingsambtenaren voorschriften uitgevaardigd omtrent:
a. de werktijden;
b. compensatie, hetzij in geld, hetzij in extra vrije dagen of uren, voor overwerk of diensten op zondagen en daarmee gelijkgestelde dagen, voor zover betreft de categorieen in die voorschriften aangewezen;
c. beloningen voor bijzondere prestaties en langdurige trouwe dienst.

OVERGANGSBEPALING
Artikel 14
Beveiligingsambtenaren die bij de inwerkingtreding van dit staatsbesluit in dienst zijn, worden ingedeeld in dezelfde rang waarin zij nu waren ingedeeld; de schaalwaardering zal hierbij als leidraad dienen.

SLOTBEPALING
Artikel 15
1. Dit staatsbesluit kan worden aangehaald als: Besluit Instructie Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname.
2. Het wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.
3. Het treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van zijn afkondiging.
4. De Minister van Justitie en Politie is belast met de uitvoering van dit staatsbesluit.