Tabakswet 2013


<< Terug naar overzicht

WET van 20 februari 2013, houdende regels ter beperking van het gebruik van tabak en tabaksproducten (Tabakswet)

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
In overweging genomen hebbende, dat in het kader van de toetreding van Suriname tot de WHO Framework Convention on Tobacco Control alsook in het kader van artikel 9 van de Grondwet, het in het belang van de volksgezondheid noodzakelijk is om regels vast te stellen ter beperking van het gebruik van tabak en tabaksproducten.
Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door de Nationale Assemblee, bekrachtigd de onderstaande wet:
§ 1 Algemene bepalingen
Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister belast met de zorg voor de Volksgezondheid;
b. Directeur: Directeur belast met de zorg voor de Volksgezondheid;
c. bijsluiting: elke communicatie bevestigd aan de buitenzijde van elke
afzonderlijke verpakking en/of slof van tabak en/of tabaksproducten;
d. insluiting: elke communicatie bevestigd in elke afzonderlijke verpakking en/of slof van tabak en/of tabaksproducten;
e. slof: een doos of verpakking die twee of meerdere pakken tabak en/of tabaksproducten bevat;
f. verpakking: elke omslag, wikkel, pak of andere verpakking die tabak of een tabaksproduct bevat of elk ander verpakkingsmateriaal waarin of waarmee tabak en/of tabaksproducten worden aangeboden;
g. roken: a. het inhaleren, uitademen of het gebruik van tabak en/of tabaksproducten die enige uitstoot voortbrengen; alsook
b. in het bezit hebben of beheren van brandend tabak en/of tabaksproducten, ongeacht of de rook daarvan daadwerkelijk actief wordt geïnhaleerd of uitgeademd;
h. rookvrij: elke ruimte waar roken verboden is;
i. muur: elke structuur of onderdeel, hetzij vast of mobiel, dat een luchtstroming tegenhoudt of aanzienlijk belemmert;
j. ruimte: elk gebied, kamer of pand bedekt met een dak of soortgelijke structuur of welke is afgesloten door middel van één of meer muren of zijwanden ongeacht het type materiaal dat gebruikt is voor de dakstructuur, muren of zijwanden en ongeacht of de structuur permanent is of tijdelijk;
k. publiek toegankelijke ruimten: elke ruimte waar het algemeen publiek, of delen daarvan, doorgaans toegang tot heeft, al dan niet tegen betaling, ongeacht of het betreft een ruimte van publieke of private eigendom;
l. werkruimten: elke ruimte gebruikt door een persoon of personen tijdens werkdienst, hetzij zelfwerkzaam of anderzijds, ongeacht of daar betaling, financieel of anderzijds, voor wordt ontvangen;
m. openbaar vervoer: voer- en vaartuigen voor het verzorgen van publieke diensten of elk ander voer- of vaartuig voor het transporteren van personen tegen betaling of anders;
n. tabakmerkelement: merknaam, handelsmerk, handelsnaam, duidelijk kenmerk, logo, grafische vormgeving, ontwerp, slogan, symbool, motto, verkoopboodschap, letterdruk, lettertype, herkenbare kleur of kleurenpatroon;
o. tabak en/of
tabaksproducten: producten die geheel of ten dele vervaardigd zijn uit tabaksbladeren als grondstof, en die bestemd zijn voor onder meer roken, pruimen, kauwen of snuiven;
p. tabaksreclame of
-promotie: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabak en/of tabaksproducten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanbevelen van tabak of tabaksproducten tot doel dan wel direct of indirect tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder tabak of het tabaksproduct rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van tabak en/of een tabaksproduct;
q. tabakssponsoring: elke vorm van bijdrage aan een activiteit, evenement of persoon met als doel, gevolg of mogelijk gevolg dat tabak en/of tabaksproducten of tabaksgebruik direct of indirect worden aangemoedigd;
r. tabaksverkooppunt: iedere plaats waar tabak en/of tabaksproducten aanwezig zijn met als doel deze te verkopen, te doen verkopen of anders dan om niet te verstrekken;
s. illegale handel: elke handeling of gedraging die bij wet verboden is en die betrekking heeft op productie, verzending, ontvangst, bezit, distributie, verkoop of aankoop, met inbegrip van elke handeling of gedraging die deze activiteiten beoogt te vergemakkelijken.

Artikel 2
Delegatiebepaling
Onverminderd de bepalingen in deze wet waarin een staatsbesluit is voorgeschreven, kunnen omtrent de in deze wet geregelde onderwerpen nadere regels bij of krachtens staatsbesluit worden vastgesteld.

§ 2 Rookverboden
Artikel 3
Rookverbod in publiek toegankelijke ruimten, werkruimten en openbaar vervoer
1. Het is een ieder verboden om te roken in publiek toegankelijke ruimten, werkruimten en in het openbaar vervoer. Het in het eerste volzin bedoeld verbod is eveneens van toepassing op terreinen behorende bij faciliteiten, zoals genoemd in lid 2 sub d en h van dit artikel.
2. Het rookverbod, bedoeld in lid 1 van dit artikel, is in ieder geval van toepassing op de volgende publiek toegankelijke ruimten, werkruimten en het openbaar vervoer:
a. openbare en particuliere werkruimten, kantoren en kantoorgebouwen;
b. overheidsterreinen, waaronder alle overheidsgebouwen en kantoren die gebruikt worden voor het uitvoeren van werkzaamheden of activiteiten, direct of indirect, in verband met het functioneren van de overheid;
c. cafés, discotheken, cafetaria’s, clubs, kroegen, bars, lounges en restaurants en alle overige ruimten die deel uitmaken van of functioneren in samenhang of verband met de faciliteit;
d. gebouwen en ruimten van onderwijsinstellingen van alle niveaus en kinderopvanginstellingen;
e. bejaardentehuizen en alle overige ruimten die deel uitmaken van of functioneren in samenhang of verband met de faciliteit;
f. bedrijfsterreinen, waaronder alle openbare en particuliere faciliteiten die gebruikt worden voor enig type industriële- of commerciële activiteit of dienstverlening;
g. fabrieken, opslagruimten en magazijnen;
h. gezondheidsinstellingen, gezondheidszorg faciliteiten, klinieken en ziekenhuizen;
i. hotels, motels, pensions en alle overige accommodatiefaciliteiten;
j. openbare transportterminals, waaronder zee-, rivier- en luchthavens, trein- en busstations en wachtruimten;
k. vliegtuigen, helikopters, bussen, treinen, taxi’s, boten en alle overige middelen voor openbaar vervoer;
l. kleinhandelvestigingen waaronder winkels, markten, marktpleinen en shopping malls;
m. openbaar beheerde ruimten verhuurd voor evenementen;
n. bioscopen, theaters, concertzalen, casino’s en alle overige plaatsen die gebruikt worden voor overdekte openbare vermakelijkheden;
o. musea, bibliotheken, buurtcentra en recreatiecentra en zalen;
p. sport-, educatieve- en recreatieruimten;
3. Bij beschikking van de Minister worden regels vastgesteld betreffende de aanduiding met betrekking tot het rookverbod, de voorschriften met betrekking tot de plaatsing van bedoelde aanduiding en overige voorschriften in verband met een richtige uitvoering van het rookverbod.

Artikel 4
Verantwoordelijkheden en Verplichtingen
1. Degene die de feitelijke leiding of beleidsbepalende verantwoordelijkheid heeft, op welk niveau dan ook, over het beheer van een in artikel 3 van deze wet bedoelde publiek toegankelijke ruimte treft zodanige maatregelen dat de publiek toegankelijke ruimte rookvrij is. Bij beschikking worden door de Minister nadere regels vastgesteld ten aanzien van de specifieke verplichtingen van diegenen bedoeld in de eerste volzin.
2. Werkgevers zijn verplicht zodanige maatregelen te treffen dat werknemers hun werkzaamheden kunnen verrichten in een rookvrije werkruimte.
3. Eigenaren van middelen voor openbaar vervoer zijn verplicht zodanige maatregelen te treffen dat middelen voor openbaar vervoer rookvrij zijn.
4. Tot de in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel bedoelde maatregelen behoren in ieder geval: a. het zorg dragen dat het rookverbod bedoeld in artikel 3 van deze wet
wordt nageleefd;
b. het plaatsen van aanduidingen met betrekking tot het rookverbod in ruimten waar een rookverbod van toepassing is, op een zodanige plaats waar de aanduiding zichtbaar is voor het publiek;
c. het zorg dragen dat er geen asbakken aanwezig zijn.

§ 3 Beperkingen met betrekking tot reclame, promotie en sponsoring
Artikel 5
Verbod tabaksreclame en tabakssponsoring
1. Elke vorm van tabaksreclame en tabakssponsoring is verboden.
2. Het verbod in lid 1 van dit artikel geldt in ieder geval voor tabaksreclame en tabakssponsoring door middel van:
a. audio, visuele en audiovisuele middelen;
b. elke printvorm met inbegrip van kranten, tijdschriften, pamfletten, folders, flyers, brieven, billboards, posters, markeerborden of elke andere gedrukte publicatie;
c. elke televisie uitzending of uitzending bestaande uit land- of satelliettransmissie, alle spelen waaronder computer games, video games of online games;
d. elk ander digitaal communicatieplatform inclusief computers en mobiele telefoons;
e. podiumkunsten en muziekuitvoeringen;
f. het gebruik van merkelementen bij vermakelijkheidsgelegenheden, kleinhandelverkooppunten of op voertuigen of apparatuur;
g. uitstalling van tabak en/of tabaksproducten of tabakmerkelementen bij alle tabaksverkooppunten onder andere door middel van het gebruik van markeerborden, uitstalkasten of andere promotiematerialen;
h. internet of elk ander digitaal medium;
i. promotie inclusief informatief materiaal, zoals directe post, telemarketing, vragenlijsten voor klanten of onderzoek;
j. elke andere vorm van directe of indirecte tabaksreclame, promotie of sponsoring.
Artikel 6
Productplaatsing, merkuitbreiding en merkverspreiding
Onverminderd het bepaalde in artikel 5 lid 1 van deze wet is het een ieder verboden om:
1. tabak en/of tabaksproducten direct of indirect te adverteren of te promoten, ongeacht of deze wel of niet van een merknaam voorzien zijn, in enig uitzendprogramma, televisieprogramma, film, video of digitale opname, televisie uitzending of ander elektronisch medium waarvoor de producent of enig ander persoon verbonden aan de uitzending, transmissie of enig ander elektronisch medium, betaling of andere compensatie ontvangt in ruil voor reclame of promotie van tabak en/of tabaksproducten of tabakmerkelementen;
2. enig tabakshandelsmerk, logo, merknaam, bedrijfsnaam of ander tabakmerkelement te gebruiken of doen gebruiken met als doel het adverteren, promoten, verkopen of verspreiden van enig niet tabaksproduct, dienst, activiteit of evenement;
3. enig merkelement, embleem, handelsmerk, logo of handelsnaam of enig ander onderscheidend kenmerk, waaronder een onderscheidende kleurcombinatie, grafisch ontwerp, symbolen, motto’s, verkoopboodschap, print, lettertype of enig ander symbool of productidentificatie van enig niet tabaksproduct of dienst te gebruiken of doen gebruiken met als doel het adverteren of promoten van tabak en/of tabaksproducten of fabrikanten van tabak en/of tabaksproducten.

Artikel 7
Gratis distributie en promotiekortingen
Onverminderd het bepaalde in artikel 5 lid 1 van deze wet is het een ieder tevens verboden om:
1. tabak en/of tabaksproducten te distribueren aan personen voor verdere distributie tegen een gereduceerde prijs of om niet, dan wel in combinatie met incentives of promotie activiteiten via postdiensten, verkooppunten of anders;
2. enig product, korting of andere beloning te verstrekken aan enig persoon bij de aanschaf van tabak en/of tabaksproducten;
3. tabak en/of tabaksproducten te verstrekken voor gebruik aan personen beneden achttien jaar.
Artikel 8
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Onverminderd het bepaalde in artikel 5 lid 1 van deze wet is het verboden voor de fabrikant, importeur, distributeur of handelaar van tabak en/of tabaksproducten om enige bijdrage, financieel of anderzijds, aan te bieden aan een individu of organisatie, dan wel aan een campagne, dienst, activiteit, actie, programma, project of elke andere gebeurtenis in naam van tabak en/of een bepaald tabaksproduct.

§ 4 Beperkingen op verkopen Artikel 9
Tabaksautomaten
Het is een ieder verboden verkoopmachines of enig ander machinaal bediend apparaat te gebruiken voor distributie of verkoop van tabak en/of tabaksproducten.
Artikel 10
Verkoop aan personen beneden achttien jaar
1. Het is een ieder verboden om tabak en/of tabaksproducten te verkopen aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
2. De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Vaststelling van de leeftijd zoals aangegeven in lid 1 van dit artikel geschiedt aan de hand van één van de volgende documenten:
a. een geldig rijbewijs, zoals bedoeld in artikel 7, lid 1 sub 3 van de “Rijwet 1971” (geldende tekst S.B. 1978 no. 54, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2007 no. 92);
b. een geldig identiteitsbewijs, verkregen ingevolge de “Identiteitswet” (G.B. 1974 no. 35, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2002 no. 19);
c. een geldig reisdocument, verkregen ingevolge de “Paspoort-instructie voor de Republiek Suriname” (S.B. 2005 no. 02).
3. Op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet tabak en/of tabaksproducten aan particulieren worden verstrekt, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven dat aan personen jonger dan achttien jaar geen tabak en/of tabaksproducten worden verstrekt. Bij beschikking van de Minister kunnen hieromtrent nadere regels worden vastgesteld.
Artikel 11
Verkoop door personen beneden achttien jaar
Het is personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt verboden om tabak en/of tabaksproducten te distribueren, te verkopen of te doen verkopen.
Artikel 12
Beperkingen met betrekking tot verkoopplaatsen
Het is een ieder verboden om tabak en/of tabaksproducten te verkopen in:
a. inrichtingen van alle gezondheidsinstellingen;
b. faciliteiten van onderwijsinstellingen van alle niveaus, alsmede faciliteiten verbonden aan die onderwijsinstellingen;
c. alle faciliteiten bestemd voor personen beneden achttien jaar.
Artikel 13
Producten gelijkend op tabak en tabaksproducten
1. Het is een ieder verboden om producten die gelijken op of bedoeld zijn om tabak en tabaksproducten te vertegenwoordigen, na te bootsen of te imiteren, te importeren, te verkopen of te doen verkopen.
2. Het is een ieder verboden elektronische sigaretten te importeren, te distribueren, te verkopen of te doen verkopen.
Artikel 14
Eenheidsverpakking voor tabak en tabaksproducten
1. Bij of krachtens staatsbesluit kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot eenheidsverpakkingen voor tabak en/of tabaksproducten.
2. a. Het is een ieder verboden sigaretten in een verpakking van minder dan twintig stuks te importeren. b. Het is een ieder verboden sigaretten in een verpakking van minder dan twintig stuks te produceren, te verpakken, te distribueren, te verkopen en/of te doen verkopen. c. Het is een ieder verboden sigaretten te verkopen anders dan in een gesloten verpakking. Artikel 15 Illegale handel met betrekking tot tabak en/of tabaksproducten
Onverminderd het bepaalde in de Wet Economische Delicten (S.B. 1986 no. 02) en de
Wet Tegengaan Smokkelen (S.B. 1986 no. 03) wordt het smokkelen van tabak en
tabaksproducten aangemerkt als een misdrijf en strafbaar gesteld.

§ 5 Maatregelen voor tabak en tabaksproductenverpakking en etikettering
Artikel 16
Algemene voorzieningen voor gezondheidswaarschuwingen voor alle tabaksproducten
1. Het is een ieder verboden om tabak en/of tabaksproducten te importeren, te distribueren, te verkopen of te doen verkopen, die:
a. niet voorzien zijn van een duidelijke en leesbare gezondheidswaarschuwing aangevende een beschrijving van de schadelijke effecten van tabaksgebruik;
b. niet voldoen aan de door de Minister bij beschikking vast te stellen verpakking- en etiketteringvereisten.
2. De gezondheidswaarschuwingen bedoeld in lid 1 onder a van dit artikel geschiedt op zodanige wijze en plaats op de verpakkingen van tabak en/of tabaksproducten, dat het lezen van gezondheidswaarschuwingen en boodschappen niet verhinderd wordt.
3. De gezondheidswaarschuwingen bedoeld in lid 1 onder a van dit artikel:
a. beslaan ten minste vijftig procent van zowel de buiten voorkant als de buiten achterkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij worden aangebracht;
b. bevatten een grafische afbeelding of foto en tekst waarmee de schadelijke effecten van tabaksgebruik worden aangeduid;
c. worden gedrukt op alle in- en bijsluitingen van tabak en/of tabaksproducten.
4. Bij beschikking van de Minister worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de gezondheidswaarschuwingen op de verpakking van tabak en/of tabaksproducten en etikettering en de wijze waarop tabak en/of tabaksproducten worden aangeboden.

Artikel 17
Mededeling ten aanzien van etikettering
Het is een ieder verboden om:
a. kwalitatieve of kwantitatieve mededelingen te plaatsen op tabaks- en/of tabaksproductverpakkingen en etiketteringen over tabaksingrediënten en afscheidingen die kunnen suggereren dat het ene merk minder schadelijk is dan een ander waaronder, maar niet beperkt tot, de kwantitatieve hoeveelheden teer, nicotine en koolmonoxide waaruit tabak of het tabaksproduct bestaat of kwalitatieve mededelingen van zulke aard;
b. op de verpakking van tabak en/of tabaksproducten etiketteringcijfers over rookafscheidingen waaronder teer, nicotine en koolmonoxide te plaatsen. Het gestelde in de eerste volzin is mede van toepassing op verpakkingen van tabak en/of tabaksproducten en etikettering die als onderdeel van een merknaam of handelsmerk worden gebruikt;
c. tabak en/of een tabaksproduct te promoten via enig middel dat een misleidende of verkeerde indruk kan scheppen over de productkenmerken, gezondheidseffecten, gevaren of uitstoot, waaronder elke grafische aanduiding, beschrijving of ander teken welke direct of indirect de valse indruk wekt dat tabak en/of een bepaald tabaksproduct minder schadelijk is dan een ander.

Artikel 18
Verplichtingen ten aanzien van gezondheidswaarschuwingen
1. Fabrikanten, importeurs, handelaren en verkooppunten van tabak en/of tabaksproducten zijn verplicht de voorschriften ten aanzien van de verpakking en etiketteringmaatregelen, voorgeschreven door of krachtens deze wet in acht te nemen.
2. De kosten voor het plaatsen van gezondheidswaarschuwingen en boodschappen zoals voorgeschreven door of krachtens deze wet zullen gedragen worden door de fabrikanten van tabak en/of tabaksproducten, waarvoor deze voorzieningen gelden.

§ 6 Orgaan ter ontmoediging van het gebruik van tabak en/of tabaksproducten
Artikel 19
1. Bij beschikking van de Minister wordt een bureau ingesteld als uitvoerend orgaan ter ontmoediging van het gebruik van tabak en tabaksproducten.
2. Het bureau heeft als taak:
a. het ontwikkelen, implementeren en monitoren van een nationaal strategisch plan ter ontmoediging van het gebruik van tabak en tabaksproducten;
b. het jaarlijks ontwikkelen van een jaarplan ter ontmoediging van het gebruik van tabak en tabaksproducten;
c. het ontwikkelen en (doen) opzetten van projecten, programma’s en trainingen teneinde het roken te ontmoedigen, rokers waar nodig te begeleiden en het publieke bewustzijn met betrekking tot de gezondheidsrisico’s van tabaksconsumptie en de blootstelling aan tabaksrook te vergroten;
d. het bevorderen van nationaal onderzoek en het opzetten en superviseren van een epidemiologisch informatiesysteem ter monitoring van onder meer het gebruik van tabak in Suriname;
e. het bevorderen van de samenwerking tussen nationale instanties, niet gouvernementele organisaties en andere relevante actoren met betrekking tot het implementeren van het nationale tabaksbeleid.
3. Bij beschikking van de Minister worden nadere regels ter zake het bureau vastgesteld.

§ 7 Toezicht en opsporing
Artikel 20
Toezicht
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet is de Directeur belast.
2. De Directeur kan zich desgewenst doen bijstaan en daartoe personen aanwijzen.

Artikel 21
Opsporing
Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn naast de ingevolge artikel 134 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren, tevens belast daartoe door de Directeur aangewezen ambtenaren, nadat zij door de Minister zijn benoemd en door de Procureur-generaal zijn beëdigd tot buitengewone agent van politie.

§ 8 Sancties
Artikel 22
1. Degene die handelt in strijd met artikel 3 van deze wet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van de tweede categorie van de Algemene Geldboetewet (S.B. 2002 no. 73), hetzij met beide straffen;
2. Degene die handelt in strijd met de artikelen 4 en 9 van deze wet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vijfde categorie van de Algemene Geldboetewet (S.B. 2002 no. 73), hetzij met beide straffen;
3. Degene die handelt in strijd met de artikelen 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13 en 14 van deze wet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de zesde categorie van de Algemene Geldboetewet (S.B. 2002 no. 73), hetzij met beide straffen;
4. Degene die handelt in strijd met de artikelen 5, 16, 17 en 18 van deze wet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste negen maanden of geldboete van de zesde categorie van de Algemene Geldboetewet (S.B. 2002 no. 73), hetzij met beide straffen;
5. De in dit artikel leden 1 tot en met 4 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
6. Degene die handelt in strijd met artikel 15 van deze wet wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaar of een geldboete van de zevende categorie van de Algemene Geldboetewet (S.B. 2002 no. 73), hetzij met beide straffen.

§ 9 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 23
Overgangsbepaling
1. Binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze wet, dienen degenen op wie het bepaalde in de artikelen 14 lid 2 sub a en b, 16 en 17 sub a en b betrekking hebben aan de bij of krachtens die bepalingen gestelde vereisten te voldoen.
2. Het bepaalde in artikel 22 leden 3 en 4 ten aanzien van de artikelen 14 lid 2 sub a en b, 16 en 17 sub a en b is gedurende de in lid 1 bedoelde termijn niet van toepassing.
Artikel 24
Slotbepaling
1. Deze wet kan worden aangehaald als: “Tabakswet ”.
2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.
3. Zij treedt in werking drie maanden na de dag van haar afkondiging.
4. De Minister belast met de zorg voor de Volksgezondheid is belast met de uitvoering van deze wet.

Gegeven te Paramaribo, de 20ste februari 2013

DESIRÉ D. BOUTERSE

Uitgegeven te Paramaribo, 6e maart 2013
De Minister van Binnenlandse Zaken,
S. MOESTADJA

WET van 20 februari 2013, houdende regels ter beperking van het gebruik van tabak en tabaksproducten (Tabakswet)

MEMORIE VAN TOELICHTING

Algemeen
Suriname is partij bij het WHO - Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (de Wet van 14 augustus 2008, houdende goedkeuring van de WHO Framework Convention on Tobacco Control (S.B. 2008 no. 105) op grond van artikel 104 lid 1 van de Grondwet.
Het verdrag is een reactie van de internationale gemeenschap op de verwoestende wereldwijde gezondheidseffecten en sociale, economische en milieugevolgen van tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook. De toename van wereldwijde consumptie en productie van sigaretten en andere tabaksproducten, in het bijzonder in ontwikkelingslanden, alsmede de last die dit legt op gezinnen, armen en nationale stelsels van gezondheidszorg baart grote zorgen. Wetenschappelijk bewijs heeft immers onomstotelijk aangetoond dat tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook, de dood, ziekte en arbeidsongeschiktheid veroorzaken, en dat er geruime tijd ligt tussen de blootstelling aan roken en andere gebruikswijzen van tabak en tabaksproducten en het begin van tabaksgerelateerde ziekten. Het is van eminent belang dat het hoogst haalbare niveau van gezondheid voor het Surinaamse volk wordt nagestreefd. Om die reden en om de verplichtingen uit het verdrag na te komen is de totstandkoming van de Tabakswet van grote betekenis.
Het doel van deze wet is de huidige en toekomstige generaties te beschermen tegen de schadelijke gezondheidseffecten van het gebruik van tabak en tabaksproducten en de blootstelling aan tabaksrook. De wet bestaat uit een vijftal componenten.
Eén van de componenten van de wet is het rookverbod. Rookverboden zijn onder andere om een tweetal redenen belangrijk. De eerste reden is om de niet-roker te beschermen tegen het ongewenst meeroken. Het is wetenschappelijk aangetoond dat blootstelling aan tabaksrook schadelijk is voor de gezondheid. Daarnaast veroorzaakt tabaksrook direct hinder en overlast voor niet-rokers. De tweede reden voor het instellen van een rookverbod richt zich tot rokers en eventuele toekomstige rokers. Een vermindering van het aantal plekken waar gerookt mag worden, zal roken moeten ontmoedigen. Mensen zullen eerder geneigd zijn te stoppen of minder geneigd zijn te beginnen met roken wanneer de plaatsen om te roken beperkt zijn.

De rookverboden zijn ingesteld in werkruimten, het openbaar vervoer en publiek toegankelijke ruimten. Immers iedereen moet zijn werk kunnen verrichten zonder blootgesteld te worden aan tabaksrook. Een ieder dient van het openbaar vervoer gebruik te kunnen maken zonder de rook van een ander in te ademen. Tot slot mag niet worden gerookt op plekken die bedoeld zijn voor gemeenschappelijk gebruik of die voor het publiek, of delen daarvan, toegankelijk zijn.
Het tweede component van de tabakswet betreft de beperkingen met betrekking tot reclame, promotie en sponsoring. In het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging benadrukt de internationale gemeenschap bezorgd te zijn over de invloed van alle vormen van reclame, promotie en sponsoring gericht op het aanmoedigen van gebruik van tabak en tabaksproducten. Reclame, promotie en sponsoring hebben tot doel om de populariteit van een bepaald merk te vergroten. Vooral jongeren zijn hier erg gevoelig voor. Ook tabaksfabrikanten willen hun naamsbekendheid vergroten en mensen aanzetten tot het consumeren van tabak en/of tabaksproducten. Doordat tabak en tabaksproducten schadelijk voor de gezondheid zijn en een verslavende werking hebben wil de overheid tabaksreclame, -promotie en -sponsoring aan banden leggen.
Een maatregel om het roken te beperken, is het terugdringen van de verkoop van tabak en tabaksproducten. Dit kan onder andere gerealiseerd worden door de verhoging van de accijnzen op tabaksproducten, als ook door beperkingen in te stellen ten aanzien van de verkoop van tabaksproducten. Het derde component van de wet betreft de beperkingen op verkopen. Eén van de maatregelen is een verbod op de verkoop van tabak en tabaksproducten aan en door minderjarigen. Het merendeel van de rokers begint immers met roken tijdens de tienerjaren. Het is dan ook de taak van de overheid om jongeren zo veel mogelijk te weerhouden om te (beginnen met) roken.
Andere verkoopbeperkende maatregelen betreffen het verbod op het gebruik van tabaksautomaten, het verbod op de verkoop van tabak en tabaksproducten op diverse plaatsen, het verbod op de import en distributie van producten die gelijken op of bedoeld zijn om tabak of enig tabaksproduct te vertegenwoordigen, na te bootsen of te imiteren en een verbod op elektronische sigaretten. Tot slot komt de invoering van eenheidsverpakkingen voor tabak en tabaksproducten aan de orde. Met de totstandkoming van deze wet is het een ieder verboden sigaretten in een verpakking van minder dan twintig stuks te produceren, te verpakken, te importeren en/of te verkopen.

Het vierde component betreft de maatregelen voor tabak en tabaksproductenverpakking en etikettering. Gezondheidswaarschuwingen die onderdeel uitmaken van verpakkingen van tabak en tabaksproducten zijn effectieve maatregelen om te waarschuwen voor de gezondheidsrisico’s van tabaksgebruik, alsmede om de consumptie van tabak en tabaksproducten te verminderen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het effect van gezondheidswaarschuwingen wordt vergroot wanneer de waarschuwingen opvallen. Een duidelijke en leesbare gezondheidswaarschuwing dient derhalve onderdeel uit te maken van de verpakkingen van tabak en tabaksproducten. Uitingen op verpakkingen en etiketteringen die
onjuist, misleidend of bedrieglijk zijn of die een verkeerde indruk wekken ten aanzien van de kenmerken, gevolgen voor de gezondheid, gevaren of emissies zijn verboden.
Het vijfde component van de tabakswet betreft opsporing en handhaving. De overheid dient toezicht te houden op en het zo nodig afdwingen van de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels. Omdat het van belang is dat de wet wordt nageleefd dienen de sancties zodanig te zijn dat zij een preventief effect heeft, een afschrikwekkende werking, alsmede dienen de sancties, in geval van een overtreding, ook daadwerkelijk een punitief karakter te hebben.

Artikelsgewijs
Artikel 1
Hieronder volgt een aanvulling op de begripsbepalingen opgenomen in dit artikel.
c. bijsluiting: is elke communicatie bevestigd aan de buitenzijde van elke afzonderlijke verpakking en/of slof tabak en/of tabaksproducten, zoals een miniatuurbrochure geplaatst onder de buitenste cellofaanverpakking of vastgelijmd aan de buitenzijde van de verpakking van het tabaksproduct;
d. insluiting: is elke communicatie bevestigd in elke afzonderlijke verpakking en/of slof tabak en/of tabaksproducten, zoals een miniatuur pamflet of brochure;
f. verpakking: is elke omslag, wikkel, pak of andere verpakking die een tabaksproduct bevat of elk ander verpakkingsmateriaal waarin of waarmee tabak en/of tabaksproducten worden aangeboden, waaronder:
- de doos, slof, container, cilinder, zakje, busje of andere
verpakking die tabak of een tabaksproduct bevat;
- elke soortgelijke verpakking, die geplaatst is of geplaatst zal worden in één of meerdere overige verpakkingen;
- elke omslag, wikkel van welke aard of vorm dan ook;
- elke bijbehorende folder, brochure of ander geschreven
materiaal; en
- elke geschreven, gedrukte of grafische weergave die is
toegevoegd aan of gedrukt op het product, artikel of enig onderdeel van de verpakking, inclusief enig etiket, andere geschreven of grafische informatie op of daarin;
i. muur: is elke structuur of onderdeel, hetzij vast of tijdelijk, dat een luchtstroming tegenhoudt of aanzienlijk belemmert, waaronder een raam of een deur;
l. werkruimten: ten behoeve van het doel van deze wet zullen “werkruimten” niet slechts inhouden die plekken waar werk wordt uitgevoerd maar eveneens alle daaraan vastliggende, bijhorende of verbonden plekken die normaal door werknemers gebruikt worden tijdens de perioden van hun werkdienst of in verband met de uitvoering van hun werk, inclusief maar niet beperkt tot dienstvoertuigen, gangen, liften, roltrappen, toiletten, lobby’s en eetruimten, waaronder cafetaria’s, met uitzondering van privé gezinswoningen;
m. openbaar vervoer: onder de vormen van openbaar vervoer vallen dus in ieder geval taxi’s, bussen, lucht- en watertransport;
n. tabakmerkelement: naast de in de wet opgenomen aanduidingen valt onder tabakmerkelement tevens elk ander symbool van productidentificatie, identiek of gelijk aan, of vergelijkbaar met of waarschijnlijk aan te zien voor of verward te worden met enig merk van tabak of een tabaksproduct of fabrikant van enig tabaksproduct;
r. tabaksverkooppunt: iedere plaats waar tabak en/of tabaksproducten aanwezig zijn met als doel deze te verkopen, te doen verkopen of anders dan om niet te verstrekken. ‘Anders dan om niet’ is hetzelfde als ‘om baat’, hetgeen betekent dat er een tegenprestatie nodig is, hetzij in geld, hetzij in natura. Bij tabaksverkooppunt valt te denken aan vaste kleinhandel verkooppunten, winkels, straatverkopers, kiosken of elke andere verkooplocatie van tabaksproducten hetzij tijdelijk of permanent, dan wel in een binnen- of buitenruimte.

Artikel 2
Dit artikel biedt de mogelijkheid om, indien nodig, bij of krachtens staatsbesluit zaken die in de wet zijn vastgelegd nader uit te werken.

Artikel 3
Lid 1 Het doel van rookverboden is om ervoor te zorgen dat burgers niet blootgesteld worden aan tabaksrook. Daarnaast dienen de rookverboden er toe te leiden dat er minder tabak en tabaksproducten geconsumeerd worden. De richtsnoeren bij het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging maken expliciet duidelijk dat er geen veilig niveau van blootstelling aan tabaksrook bestaat. Veronderstellingen zoals een drempelwaarde voor toxiciteit voor secundaire tabaksrook moeten worden verworpen, omdat deze door wetenschappelijk bewijs worden tegengesproken. De richtsnoeren geven voorts aan dat benaderingen waarbij niet naar een 100% rookvrije omgeving wordt gestreefd, bijvoorbeeld met ventilatie, luchtfiltering en het gebruik van rookzones (al dan niet met gescheiden ventilatiesystemen) herhaaldelijk ondoeltreffend zijn gebleken. Voorts zijn er sluitende bewijzen dat technische oplossingen tegen tabaksrook geen bescherming bieden. Met de invoering van rookverboden in publiek toegankelijke ruimten, werkruimten en in het openbaar vervoer voldoet Suriname aan de vereisten zoals is vastgesteld in artikel 8 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging.

Het rookverbod in horecagelegenheden is in veel landen onderwerp van discussie geweest, waaronder in Nederland. Doordat in de Nederlandse tabakswet de nadruk wordt gelegd op rookvrije werkruimten, ontstond er onduidelijkheid of het rookverbod zou gelden voor horecagelegenheden zonder werknemers. Die verwarring is niet mogelijk in Suriname, omdat een horecagelegenheid een publiek toegankelijke ruimte betreft waar te allen tijde een rookverbod geldt. Lid 2 Dit lid behelst een niet limitatieve lijst waar het in lid 1 genoemd rookverbod op van toepassing is. Dit wil zeggen dat, indien een publieke toegankelijke ruimte, werkruimte of middel van openbaar vervoer niet te plaatsen valt in de in lid 2 genoemde lijst, het rookverbod onverminderd van toepassing is.
Lid 3 Bij beschikking zal de Minister de aanduiding met betrekking tot het rookverbod vaststellen, alsmede de voorschriften met betrekking tot de plaatsing van de aanduiding en overige voorschriften in verband met een juiste uitvoering van het rookverbod.

Artikel 4
Lid 1
Dit lid verwoordt de verplichting van de eigenaar, huurder of degene die de feitelijke leiding heeft over het beheer van een publiek toegankelijk ruimte om deze rookvrij te houden. Met degene die de feitelijke leiding heeft wordt in ieder geval bedoeld een manager, beheerder of uitbater van een publiek toegankelijke ruimte.
Lid 2 Dit lid verwoordt de verplichting van werkgevers om zodanige maatregelen te treffen dat werknemers hun werkzaamheden kunnen verrichten in rookvrije werkruimten.
Lid 3 Dit lid verwoordt de verplichting van eigenaren van middelen voor openbaar vervoer om dusdanige maatregelen te treffen dat middelen voor openbaar vervoer rookvrij zijn. In de praktijk kan het voorkomen dat een middel voor openbaar vervoer wordt geëxploiteerd door een andere partij dan de eigenaar. In dat geval dienen beide partijen ervoor te zorgen dat het middel voor openbaar vervoer rookvrij is, waarbij de eigenaar uiteindelijk de hoofdverantwoordelijke is.
Lid 4 Tot de in de leden 1 tot en met 3 van artikel 4 bedoelde maatregelen behoren in ieder geval het zorgdragen dat het rookverbod wordt nageleefd, het plaatsen van rookverbod aanduidingen in ruimten waar een rookverbod van toepassing is, op een zodanige plaats zichtbaar voor het publiek. Daarnaast dienen en er geen asbakken aanwezig zijn in ruimten waar een rookverbod van toepassing is.

Artikel 5
Lid 1 Om te zorgen dat de burger zo min mogelijk verleid wordt om tabak en tabaksproducten te consumeren is het noodzakelijk om een totaal verbod in te stellen voor tabaksreclame en tabakssponsoring, in welke vorm dan ook. Dit betekent dat geen enkele persoon tabak en/of tabaksproducten of tabakmerkelementen van een tabaksfabrikant, hetzij direct of indirect, zal adverteren, promoten of enig ander persoon zal aanzetten dit te doen. Voorts is sponsoring in de naam van een tabaksproduct of tabakmerkelement verboden.
Lid 2 Dit lid bevat een niet limitatieve lijst van de vormen van tabakssponsoring en tabaksreclame die zoal verboden zijn.
Artikel 6
Artikel 5 van deze wet geeft aan, dat elke vorm van tabaksreclame en tabakssponsoring verboden is. Met de artikelen 6, 7 en 8 wil de wetgever expliciet benadrukken dat het verbod op tabaksreclame en tabakssponsoring veel omvattend is. Artikel 6 maakt duidelijk dat productplaatsing, merkuitbreiding en merkverspreiding ook verboden zijn.
Lid 1 Dit lid geeft weer wat onder productplaatsing wordt verstaan. Productplaatsing is een marketingstrategie waarbij bijvoorbeeld tabakmerkelementen en tabaksproducten in beeld worden gebracht of genoemd worden tegen betaling of andere compensatie, in een context waarin je geen reclame verwacht, zoals een programma of een film. Dit is niet toegestaan.
Lid 2 Dit lid geeft aan wat onder merkuitbreiding wordt verstaan. Merkuitbreiding is een strategie waarbij bijvoorbeeld een tabaksfabrikant nieuwe (niet-tabaks-) producten introduceert met gebruikmaking van merkelementen van het tabaksproduct. Een bekend voorbeeld uit het verleden is dat een tabaksfabrikant wandelschoenen op de markt bracht onder dezelfde naam als het sigarettenmerk. Ook deze vorm van reclame is niet toegestaan.
Lid 3 Dit lid geeft aan wat onder merkverspreiding wordt verstaan. Merkverspreiding is een strategie waarbij een merkelement van een niet-tabaksproduct verbonden wordt met tabak en/of een tabaksproduct. Een voorbeeld van merkverspreiding zou kunnen zijn dat de naam van een populair automerk geplaatst wordt op de verpakking van tabak of een tabaksproduct. Hierbij wordt de kracht van het automerk gebruikt om de populariteit van tabak of het tabaksproduct te vergroten. Dit is verboden.

Artikel 7
Lid 1 Dit artikel is een specificering van het totaalverbod op tabaksreclame en tabakssponsoring. Met dit artikel wil de wetgever expliciet benadrukken dat onder meer gratis distributie, kortingen en geschenken niet toegestaan zijn.
Lid 2 Met dit verbod wil de wetgever voorkomen dat de aanschaf van tabak en tabaksproducten wordt gestimuleerd middels het verstrekken van een product, geschenk, korting, bonus, premie, bewijs tot deelname aan enig spel, contest, loterij, als ook toegangskaarten voor sport-, culturele- of recreatieve evenementen of anderzijds aan enig persoon. Het is dus verboden incentives te verstrekken door deze bijvoorbeeld:
- te overhandigen bij de verkoop van een tabaksproduct;
- te overhandigen bij het vertonen van het bewijs van aankoop van tabak en/of een
tabaksproduct;
- te bevestigen aan tabak en/of een tabaksproduct.
Lid 3
In dit lid wordt het gratis verstrekken van tabak en/of tabaksproducten aan personen beneden achttien jaar verboden.

Artikel 8
Tegenwoordig komt het veelvuldig voor dat het bedrijfsleven in het kader van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ bijvoorbeeld goede doelen steunt. Door de naam van de onderneming te verbinden aan het goede doel, genereert het bedrijf naamsbekendheid en wordt de naam van de onderneming met het goede doel geassocieerd. In beginsel is er natuurlijk niets mis met het verschijnsel van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. De maatschappij heeft er immers vaak baat bij. De tabaksindustrie is echter verantwoordelijk voor de productie, verspreiding en verkoop van een product dat ernstige schade toebrengt aan de maatschappij. Het is dus onverantwoord dat de tabaksindustrie in het kader van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ individuen, stichtingen, projecten of anderszins ondersteunt in naam van tabak en/of een bepaald tabaksproduct. Ook hiervoor geldt dus het algeheel verbod op tabaksreclame en tabakssponsoring. Artikel 8 dient in samenhang met artikel 5 lid 1 van deze wet gelezen te worden.

Artikel 9
De consument kan middels verkoopmachines op een snelle manier, zonder tussenkomst van een verkoper, producten verkrijgen. Doordat er geen of onvoldoende toezicht mogelijk is om te controleren of de koper de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt bij het gebruik van tabak verkoopmachines, voelt de wetgever zich genoodzaakt een verbod in te stellen op verkoopmachines of ander machinaal bediend apparaat die gebruikt worden voor de distributie of verkoop van tabak en/of tabaksproducten.

Artikel 10
Lid 1 Om het tabaksgebruik onder jongeren te ontmoedigen is gekozen voor de invoering van een wettelijk minimum consumentenleeftijdsgrens van achttien jaar voor de verkoop van tabak en tabaksproducten.
Lid 2 De vaststelling van de leeftijd van achttien jaar kan in de praktijk dikwijls achterwege blijven, namelijk in al die gevallen waar op het eerste gezicht duidelijk is dat het gaat om een volwassen persoon. Mocht er enige twijfel bestaan of iemand de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt dan dient vaststelling van de leeftijd te geschieden middels de in dit lid genoemde documenten.
Lid 3 Om burgers duidelijk te maken dat aan personen beneden achttien jaar geen tabak en tabaksproducten worden verkocht, dient er op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet tabak en tabaksproducten aan particulieren worden verstrekt, goed zichtbaar en leesbaar te worden aangegeven dat aan personen jonger dan achttien jaar geen tabak en tabaksproducten worden verstrekt. De Minister kan hieromtrent nadere regels bij beschikking vaststellen.

Artikel 11
Artikel 10 verbiedt de verkoop van tabak en tabaksproducten aan personen onder de leeftijd van achttien jaar. Artikel 11 bepaalt dat het tevens verboden is dat personen onder de leeftijd van achttien jaar tabak en/of tabaksproducten verkopen. Het is van groot belang dat jongeren zo min mogelijk in aanraking komen met tabak en tabaksproducten. Daarom is het noodzakelijk dat personen onder de achttien jaar geen tabak en tabaksproducten mogen verkopen.

Artikel 12
Op sommige plaatsen hoort de verkoop van tabak en/of tabaksproducten per definitie niet thuis. Een voorbeeld daarvan is een ziekenhuis. Een deel van de patiënten heeft ziektes die veroorzaakt zijn door tabaksgebruik of blootstelling aan tabaksrook. Het is zeer onwenselijk om op een plaats als deze tabak en/of tabaksproducten te verkopen. De plaatsen waar het verboden is om tabak en/of tabaksproducten te verkopen worden hieronder nader toegelicht: a. Onder gezondheidsinstellingen vallen onder meer ziekenhuizen, apotheken en klinieken.

b. Onder faciliteiten van onderwijsinstellingen van alle niveaus worden onder andere bedoeld: kleuterscholen, Gewoon Lager Onderwijs, Meer Uitgebreid Lager Onderwijs, middelbare scholen en instellingen voor het hoger onderwijs. Bij faciliteiten verbonden aan onderwijsinstellingen kan men bijvoorbeeld denken aan een bibliotheek of kantine. c. Bij faciliteiten bestemd voor personen beneden achttien jaar kan bijvoorbeeld gedacht worden aan jeugdcentra en muziekscholen.

Artikel 13
Lid 1 In dit lid worden producten bedoeld die er uit zien als tabak en/of tabaksproducten, maar die geen tabak bevatten, zoals chocoladesigaretten. Doordat kinderen geneigd zijn het gedrag van anderen na te bootsen, kunnen kinderen door het gebruik van dergelijke producten het gedrag van rokers imiteren. Daarom is het belangrijk dat het verboden is om producten die gelijken op of bedoeld zijn om tabak en/of tabaksproducten te vertegenwoordigen, na te bootsen, te imiteren, te importeren, te verkopen of te doen verkopen. Met het ingesteld verbod in dit artikel wordt de stap om uiteindelijk tabak en/of tabaksproducten te gaan consumeren enigszins verkleind. Lid 2 Omdat er nog onvoldoende onderzoek gedaan is naar de lange termijn gevolgen van de elektronische sigaret, heeft de wetgever in de tabakswet het verbod op de import, de verkoop, de levering of het doen verkopen van elektronische sigaretten ingesteld.

Artikel 14
Lid 1 Dit lid voorziet in de mogelijkheid dat bij of krachtens staatsbesluit nadere regels kunnen worden vastgesteld met betrekking tot eenheidsverpakking voor tabak en/of tabaksproducten. De wetgever kiest ervoor om in deze wet, lid 2 van dit artikel, regels vast te stellen ten aanzien van de minimale hoeveelheid sigaretten in verpakkingen van sigaretten. Het zijn immers met name de sigaretten die een grote aantrekkingskracht op jongeren hebben. Lid 2 a en b. Het is belangrijk om kleine verpakkingen van sigaretten te verbieden. Door de kleine
verpakking is de prijs een stuk lager. Dit oefent een speciale aantrekkingskracht uit op kinderen, jongeren en jong volwassenen. De drempel om sigaretten te kopen wordt verlaagd, waardoor jongeren op jonge leeftijd verslaafd kunnen raken. Met de invoering van deze maatregel wil de wetgever de drempel verhogen om te beginnen met roken.
c. Om kwantitatieve en/of kwalitatieve manipulatie van de inhoud van een pak sigaretten te voorkomen, is het noodzakelijk dat de verkoop geschiedt in een gesloten verpakking.

Artikel 15
De grondslag van dit artikel is te herleiden tot artikel 5 van de WHO Framework Convention on Tobacco Control. In dit artikel van de conventie worden lidstaten opgeroepen passende maatregelen te treffen om het overheidsbeleid inzake ontmoediging van het gebruik van tabak en tabaksproducten veilig te stellen. Smokkel wordt beschouwd als een actieve ondermijning van het beleid van de regering inzake het gebruik van tabak en tabaksproducten. Om voornoemde reden wordt het smokkelen van tabak en tabaksproducten apart strafbaar gesteld als een misdrijf. Er is gekozen om in artikel 15 te verwijzen naar de Wet Economische Delicten, omdat ingevolge deze wet ook aanvullende maatregelen mogelijk zijn.

Artikel 16
Lid 1 a. en b. Gezondheidswaarschuwingen op tabak en tabaksproducten zijn een belangrijke maatregel als het gaat om het waarschuwen van het publiek over de grote gezondheidsrisico’s die het gebruik van tabak en tabaksproducten en de blootstelling aan tabaksrook met zich meenemen. Het is een ieder dan ook verboden om tabak en
tabaksproducten, die geen duidelijke en leesbare gezondheidswaarschuwing bevatten en
niet voldoen aan de bij beschikking van de Minister vastgestelde verpakking- en
etiketteringvereisten, te importeren, te distribueren, te verkopen of te doen verkopen.
Lid 2
De gezondheidswaarschuwingen op tabak en tabaksproducten dienen op een dusdanige plaats te zijn aangebracht dat het lezen van de gezondheidswaarschuwing en de boodschap niet verhinderd wordt. Zo mag de gezondheidswaarschuwing bijvoorbeeld niet geplaatst worden daar waar de verpakking van tabak en/of het tabaksproduct geopend wordt. Lid 3 a, b en c. De gezondheidswaarschuwing beslaat ten minste vijftig procent van zowel de buiten voorkant als de buiten achterkant van het betreffende oppervlak van de
verpakkingseenheid waarop zij worden aangebracht. De gezondheidswaar-
schuwing behelst een grafische afbeelding of foto en tekst die geplaatst is op
en in de verpakking van tabak en/of tabaksproducten.
Lid 4 Nadere regels ten aanzien van de gezondheidswaarschuwingen op de verpakking van tabak en/of tabaksproducten en etikettering en de wijze waarop tabak en/of tabaksproducten worden aangeboden, worden bij beschikking van de Minister vastgesteld.

Artikel 17
Tabaksfabrikanten kiezen er bewust voor om verschillende varianten van tabak en tabaksproducten, in veel gevallen sigaretten, op de markt te brengen. Ten onrechte wordt vaak de indruk gewekt dat tabak en bepaalde tabaksproducten zouden passen in een gezonde levensstijl. Tabaksgebruik en de blootstelling aan tabaksrook is altijd schadelijk. Daar dient geen enkele nuance op te worden aangebracht.
a. Het is verboden om kwalitatieve of kwantitatieve mededelingen te plaatsen op tabak of tabaksproductverpakkingen en etiketteringen over tabaksingrediënten en afscheidingen die kunnen suggereren dat het ene merk of soort minder schadelijk is dan een ander. Cijfers kunnen, met name als er gebruik wordt gemaakt van bepaalde eenheden, onterecht suggereren dat de concentratie van schadelijke stoffen laag is en dat het met de schadelijkheid wel mee zou vallen. Daarom is bovengenoemde maatregel ingesteld. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook termen als ‘laag teergehalte’, ‘light’, ‘ultra light’ of ‘mild’ verboden zijn.
b. Bij een verbod op termen als ‘laag teergehalte’, ‘light’, ‘ultra light’ of ‘mild’, is het tevens verboden cijfers te gebruiken om het onderscheid tussen het ene merk of soort tabak en/of tabaksproduct aan te duiden. Hiermee wordt bedoeld dat het verboden is om bijvoorbeeld voor een ‘regular’ pak sigaretten het cijfer 8 te gebruiken, de pakken waar voorheen ‘light’ op stond met een cijfer 4 aan te duiden en op pakken waar voorheen ‘ultralight’ op stond het cijfer 1 te gebruiken.
c. Onder sub c vallen alle andere categorieën die niet onder sub a of sub b van dit artikel vallen.

Artikel 18
Lid 1 en lid 2
Fabrikanten, importeurs, groothandelaren en kleinhandel verkooppunten van tabak of tabaksproducten dienen de wettelijke verantwoordelijkheid te dragen voor naleving van deze wet, alsmede de kosten die hiermee gemoeid zijn.

Artikel 19
Bij beschikking van de Minister wordt een bureau ingesteld als uitvoerend orgaan ter ontmoediging van het gebruik van tabak en/of tabaksproducten. Het bureau is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, het implementeren en het monitoren van de nationaal strategische aanpak ter ontmoediging van tabaksgebruik. Dit bureau zal het publieke bewustzijn op het gebied van tabaksontmoediging versterken door gebruik te maken van alle beschikbare en geschikte communicatiemiddelen met inbegrip van de media.

Het bureau zal programma’s en trainingen ontwikkelen en (doen) opzetten ten einde het roken te ontmoedigen en het publieke bewustzijn vergroten over de schadelijke gevolgen voor de gezondheid, de economie en het milieu bij de productie en consumptie van tabak.
Voorts zal het bureau de samenwerking bevorderen tussen nationale instanties, niet gouvernementele organisaties en andere relevante actoren met betrekking tot het implementeren van het nationale tabaksbeleid, welke onder meer gebaseerd is op onderzoek met steun van bevoegde internationale en regionale instanties.
Bij beschikking van de Minister worden nadere regels ter zake het bureau vastgesteld.

Artikel 20
De Directeur wordt belast met het toezicht op de naleving van deze wet. De Directeur kan zich desgewenst doen bijstaan en daartoe personen aanwijzen.
Artikel 21 Opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten dienen te worden uitgevoerd door de ingevolge artikel 134 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren. Daarnaast kan de Directeur ambtenaren aanwijzen, die na benoeming door de Minister en beëdiging door de Procureur-generaal tevens belast zijn met de opsporing.

Artikel 22
Wanneer artikelen in deze wet overtreden worden, moet er handelend worden opgetreden tegen de personen die zich hieraan schuldig hebben gemaakt. De straffen die kunnen worden opgelegd zijn in dit artikel vastgelegd.

Artikel 23
Fabrikanten, importeurs, handelaren en verkooppunten van tabak en/of tabaksproducten dienen binnen een jaar na de inwerkingtreding van de wet te voldoen aan de regels zoals vastgesteld door of krachtens de artikelen 14 lid 2 sub a en b, 16 en 17 sub a en b van deze wet.

Paramaribo, 20 februari 2013,

DESIRÉ D. BOUTERSE