Amnestiewet 2012


<< Terug naar overzicht

WET van 5 april 2012, houdende wijziging van de Wet van 19 augustus 1992, houdende het verlenen van amnestie aan personen die te rekenen van 1 januari 1985 tot het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, bepaalde hierin omschreven strafbare feiten hebben begaan (“ Amnestiewet 1989") (S.B. 1992 no. 68).

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

In overweging genomen hebbende dat ter bevordering van de nationale eenheid en verdere ongestoorde ontwikkeling van de Republiek Suriname, het noodzakelijk is de bestaande onderbreking tussen de amnestie perioden, geregeld in de Wet van 3 april 1980 (S.B. 1980 no. 27) en Amnestiewet 1989 (S.B. 1992 no. 68) op te heffen en daartoe de "Amnestiewet 1989" te wijzigen;
Heeft na goedkeuring door De Nationale Assemblee, de Staatsraad gehoord, bekrachtigd de onderstaande wet:

ARTIKEL I

In de Wet van 19 augustus 1992, houdende het verlenen van amnestie aan personen die te rekenen van 1 januari 1985 tot het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, bepaalde hierin omschreven strafbare feiten hebben begaan ("Amnestiewet 1989") (S.B. 1992 no. 68) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. In de considerans worden de volgende wijzigingen aangebracht:
De zinsnede " ... die vanaf 1 januari 1985 tot het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet" wordt vervangen met" ... die in de periode van 1 april 1980 tot en met 20 augustus 1992".

B. Artikel 1 lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1 lid 1 wordt de zinsnede: "Amnestie wordt verleend aan degenen die in het tijdvak aanvangende op 1 januari 1985 en eindigend op de datum van inwerkingtreding van deze Wet" wordt vervangen door:

"Amnestie wordt verleend aan degenen die in het tijdvak aanvangende op 1 april 1980 en eindigende op 20 augustus 1992:"

Onder verlettering van de onderdelen a, b, c en d in de Amnestiewet 1989 wordt een nieuw onderdeel a toegevoegd luidende als volgt:

a. Strafbare feiten hebben begaan en/of daarvan worden verdacht en/of zijn gedagvaard in het kader van verdediging van de Staat en/of omverwerping van het wettig gezag;

Na het nieuw onderdeel "e" worden twee nieuwe onderdelen "f' en "g" toegevoegd luidende als volgt:

f. die in het kader van het conflict in het binnenland en/of de gebeurtenissen in december 1982 en/of andere met de leden a en b in verband staande conflicten in de periode 1 april 1980 tot en met 20 augustus 1992 strafbare feiten hebben begaan en/of daarvan worden verdacht zoals bedoeld in de onderdelen a, b, c, d en e;

g. als verdachten zijn aangemerkt en als zodanig zijn gedagvaard in verband met feiten gepleegd op 7, 8, en/of 9 december 1982 zoals omschreven in de dagvaarding in verband met de artikelen 347, 348, 349 c.q. artikel 72 lid 2 en artikel 360 e.v. van het Wetboek van Strafrecht.

C. Onder vernummering van de artikelen 4 en 5 respectievelijk tot artikelen 5 en 6 wordt een nieuw artikel 4 toegevoegd luidende als volgt:

Artikel 4
Onmiddellijk na afkondiging van deze wet wordt bij wet een Waarheids- en Verzoeningscommissie ingesteld voor onderzoek en waarheidsvinding van mensenrechtenschendingen in de periode 1980-1985 waaronder de gebeurtenissen op 8 december 1982.

ARTIKEL II
1. Deze wet wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.

2. Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging.

3. De minister van Justitie en Politie is belast met de uitvoering van deze wet.

Gegeven te Paramaribo, de 5e april 2012

ROBERT L.A. AMEERALI

Uitgegeven te Paramaribo, de 5e april 2012
De Minister van Binnenlandse Zaken a.i.,

L. DlKO

Wet van 5 april 2012, houdende wijziging van de wet van 19 augustus 1992, houdende het verlenen van amnestie aan personen die te rekenen van 1 januari 1985 tot het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, bepaalde hierin omschreven strafbare feiten hebben begaan (" Amnestiewet 1989") (S.B. 1992 no. 68).

MEMORIE VAN TOELICHTING

De periode van 1975 tot 1993 zal in de geschiedenis van het volk van Suriname gekenmerkt blijven als het tijdvak van ingrijpende staatkundige, bestuurlijke, sociaal- economische en sociaal-culturele gebeurtenissen. In het bovengenoemd tijdvak hebben zowel nationale als internationale krachten de boventoon gevoerd. De invloed van deze krachtenvelden hebben geleid tot uiteenlopende gebeurtenissen in ons land.

De jaren 80 hebben niet nagelaten op verschillende manieren hun stempel te drukken op de samenleving in de afgelopen 32 jaar. De eerste generatie die deze periode helemaal niet meemaakte, werd geboren in 1987. Deze generatie heeft intussen voor een belangrijk deel geparticipeerd aan het politiek en maatschappelijk proces in ons land en staat op het punt geheel volwassen te worden. Ondanks het verstrijken van de tijd zien we nog te vaak dat politici en bestuurders, hun ervaringen en perspectief van die tijd introduceren in de discussie over actuele nationale vraagstukken van cruciaal belang, met een negatief effect op die discussie en op de aanpak van belangrijke nieuwe vraagstukken.

We maken mee dat er zo veel tijd verloren gaat aan discussies over de periode en haar gevolgen, zowel in positieve als negatieve zin. Ons land heeft dringend behoefte aan acceleratie van haar ontwikkeling en de gezamenlijke aanpak van een aantal nieuwe, maar zeer ernstige vraagstukken over onze toekomst en zelfs onze overleving. De uitdagingen en bedreigingen waar ons land in deze eeuw voor staat, zullen we niet het hoofd kunnen bieden indien we niet in staat zijn in eenheid slagvaardig te handelen ter bescherming van de huidige en komende generaties Surinamers.

Het inzicht groeit dat ons land zich slechts door grote solidariteit de komende jaren in de strijd tegen vele problemen die de wereld ons voorhoudt zal kunnen handhaven. In de achter ons liggende jaren is van verschillende zijden in de samenleving de roep om amnestie steeds vaker te horen. In dit kader zijn er meerdere pogingen ondernomen om middels het verlenen van amnestie tot verzoening te komen.

Na amnestie ontstaan, zoals ook in de memorie van toelichting van de wet is aangegeven. voor de samenleving meer mogelijkheden voor verwerking en daardoor maatschappelijke rust en ontwikkeling. Mede in dit kader is het ook van belang om eer te betonen aan allen die gevallen zijn en ons land te leiden op het pad van herstel.

Vrede is niet slechts het ontbreken van actieve gevechtshandelingen. Ook het 'low intensity conflict' dat ons land sinds de jaren 80 teistert staat ontwikkeling in de weg. Daarom is het dus in het kader van de vrede, nationale eenheid en ontwikkeling van de Republiek Suriname noodzakelijk dat de Amnestiewet niet langer slechts selectief een deel van de jaren tachtig bestrijkt.

De bestaande wetstekst en de memorie van toelichting zijn heel duidelijk over het belang van amnestie voor normalisatie, verzoening en de verdere ontwikkeling van ons land. Aangezien in de bestaande wet reeds alle noodzakelijke overwegingen in verband met geldende uitzonderingen en het internationaal recht en -gebruik in acht zijn genomen, was het slechts nodig de wet te wijzigen zodat die, samen met de wet van 3 april 1980 alle gevallen in de gehele periode vanaf de staatsgreep tot 9 augustus 1992 omspant. Dit is ook van belang in het kader van het gelijkheidsbeginsel (artikel 8 lid 2 van de GW). Omdat wij als samenleving nationale verzoening willen nastreven moet terstond na de amnestieverlening bij wet een breed samengestelde Waarheids- en Verzoeningscommissie in het leven geroepen worden, teneinde de waarheid zo zuiver mogelijk naar boven te halen.

Nadrukkelijk wordt hierbij aangegeven dat het Moiwana vonnis gewezen door het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens niet valt onder de werkingsfeer van deze wet en dus onverkort behoort te worden uitgevoerd.

Paramaribo, 19 maart 2012

R.PANKA
R. TAMSIRAN
A. MISIEKABA
A.PAAL
M.BOUVA
R. DOEKHIE